ECLI:NL:RBDHA:2016:11595
Rechtbank Den Haag · 02-09-2016 · zaaknummer AWB 16/17580 en 16/17581
Inhoudsindicatie
Dublin, Verantwoordelijke lidstaat, Arrest Ghezelbash, Voorbijgaan aan eerdere in kracht van gewijsde gegane uitspraak, Arrest Byankov. In de eerdere uitspraak op het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag is het beroep van eiser op artikel 9 van de Verordening met een verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het HvJ) in de zaak Shamso Abdullahi verworpen. De rechtbank gaat hieraan, gelet op het arrest van het HvJ in de zaak Ghezelbash, voorbij, nu in de eerdere uitspraak een onjuiste toepassing is gegeven aan het in artikel 27 van de Verordening neergelegde fundamentele recht op een effective remedy. De rechtbank wijst in dit verband op het arrest van het HvJ Byankov. De rechtbank zal de beroepsgrond van eiser met betrekking tot de toepasselijkheid van artikel 9 van de Verordening opnieuw beoordelen. Dat Italië op grond van artikel 25, tweede lid, van de Verordening verplicht is eiser terug te nemen, kan aan het voorgaande niet afdoen. De op 28 mei 2014 door Italië geaccepteerde claim van Denemarken vermeldt dat Italië op grond van artikel 13 van de Verordening verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. In artikel 13, eerste lid, laatste volzin, van de Verordening is bepaald dat de verantwoordelijkheid van de lidstaat eindigt 12 maanden nadat de illegale grensoverschrijding heeft plaatsgevonden. Nu vaststaat dat eiser op 26 februari 2014 de grens van Italië illegaal heeft overschreden, is de verantwoordelijkheid van Italië op 26 februari 2015 geëindigd. De rechtbank concludeert dat verweerder vanaf die datum niet meer uit kon gaan van de verantwoordelijkheid van Italië, zoals eerder was vastgesteld ten tijde van de eerste asielaanvraag in Denemarken. Verweerder had dus voorafgaand aan het nemen van het besluit van 19 mei 2015 opnieuw aan de hand van hoofdstuk III Verordening moeten beoordelen welke lidstaat verantwoordelijk kan worden gesteld voor de behandeling van de asielaanvraag. Daarbij is niet alleen artikel 13 Verordening van belang, maar ook het verantwoordelijkheidscriterium van artikel 9, nu in artikel 7, eerste lid, Verordening is bepaald dat de in hoofdstuk III vastgestelde criteria aan de hand waarvan de verantwoordelijkheid wordt bepaald, van toepassing zijn in de volgorde waarin zij voorkomen in de tekst. Nu verweerder dit heeft nagelaten kleeft aan het bestreden besluit een gebrek en zal dit worden vernietigd. Het herhaalde standpunt van verweerder dat in dit geval moet worden uitgegaan van terugname en niet van overname, is reeds beoordeeld in de uitspraak van 26 juni 2015. Eiser heeft in Italië geen asielaanvraag ingediend, zodat geen sprake is van terugname in de zin van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Verordening. Het beroep op de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2016 gaat niet op omdat in dat geval sprake was van twee, opvolgende asielaanvragen in Nederland.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
