Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:10793

Rechtbank Den Haag · 20-07-2016 · zaaknummer AWB 16/6767, 16/6768

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 07-09-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag tot toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000. Situatie in psychiatrische instellingen in Armenië. Eiser voert aan, onder verwijzing naar het rapport ‘Helsinki Citizens Assembly: Human Rights Situation in Neuropsychiatric Medical Institutions in 2013’ dat in Armenië sprake is van ‘inadequate medical care’ in psychiatrische instellingen. Beantwoording vraag of eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij in Armenië met misstanden zoals genoemd in het rapport geconfronteerd zal worden. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend omdat het HCA-rapport ziet op het jaar 2013, zodat de daarin opgenomen informatie ten tijde van het bestreden besluit van 5 april 2016 gedateerd was. Voorts heeft de Armeense overheid op pagina 55 van het HCA-rapport een reactie op de in het rapport geconstateerde misstanden gegeven en daarbij aangegeven dat inmiddels sprake is van nieuwe wetgeving die na de onderzoeksperiode in werking is getreden. Ook is sprake van een nieuw trainingsprogramma voor medisch personeel en van monitoring. Bij deze stand van zaken is het aan eiser om aannemelijk te maken dat ten tijde van het bestreden besluit de situatie nog steeds zo slecht is als in de onderzoeksperiode van het HCA-rapport. Met het overleggen van de passage op pagina 19 van het US Department of State Country Report on Human Rights Practices 2015 inzake Armenië van 13 april 2016 is eiser daarin niet geslaagd. In het Report wordt vermeld dat het HCA in 2013 gerapporteerd heeft over misstanden en “inadequate medical care” in psychiatrische instellingen. Uit het Report kan echter niet worden opgemaakt dat de situatie sindsdien onveranderd is gebleven. Het HCA-rapport biedt derhalve onvoldoende aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van het door het BMA verrichte onderzoek en de inzichtelijkheid van de conclusie van het door het BMA uitgebrachte advies. Effectiviteit behandeling in Armenië: de rechtbank ziet, gelet op de motivering in de BMA-nota, onvoldoende aanleiding om te oordelen dat de BMA-arts in dit geval niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat er geen reden behoefde te zijn te twijfelen aan de effectiviteit van de in Armenië mogelijke medische behandeling. Zoals het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft overwogen in zijn uitspraak van 8 mei 2012 (LJN YG2002), is de effectiviteit van een behandeling afhankelijk van tal van factoren (waarvan een veilige behandelomgeving er een is). Een BMA-arts kan niet over al die factoren een (deugdelijk onderbouwde) uitspraak doen, reeds omdat de arts over een aantal van die factoren onvoldoende kennis of deskundigheid bezit. Volgens het Centraal Tuchtcollege kan voorts in zijn algemeenheid niet worden aanvaard de stelling dat behandeling van psychische klachten in het land waar de oorzaak van die klachten ligt of wordt vermoed te liggen, niet (succesvol) kan plaatsvinden. Daarnaast heeft te gelden dat, indien het niet gaat om een objectiveerbaar onveilige behandelomgeving, maar om een algemeen en subjectief gevoel van onveiligheid bij de betrokkene met betrekking tot die behandelomgeving, dat gezien dient te worden als onderdeel van het totale complex van omstandigheden waarin betrokkene leeft en dat naast de noodzakelijke behandeling een bijdrage kan leveren aan de verbetering van de mentale toestand van betrokkene. De vraag of de op traumagerichte behandeling of enige andere psychiatrische behandeling effectief zal zijn, zal dan (in welk land dan ook) afhangen van een diversiteit van factoren. Uit de brief van de behandelaars valt op te maken dat in dit geval geen sprake is van een objectiveerbaar onveilige behandelomgeving, maar om een subjectief gevoel van onveiligheid bij eiser. Dit is niet ten onrechte door de BMA-arts onvoldoende is geacht om te concluderen dat de behandeling in Armenië niet effectief zal zijn om een medische noodsituatie te voorkomen.

Advocaten

  • U. Koopmans

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.