ECLI:NL:RBDHA:2016:1078
Rechtbank Den Haag · 02-02-2016 · zaaknummer NL 16.104 ; AMS 16/1147
Inhoudsindicatie
De rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van de Afdeling van 17 december 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BC1588) volgt dat het doen van een asielaanvraag niet afdoet aan de verantwoordelijk van verweerder om het onderzoek nodig voor de uitzetting zo spoedig mogelijk te starten, met dien verstande dat uitzettingshandelingen waarbij contact moet worden gelegd met de autoriteiten van het land van herkomst, in beginsel achterwege blijven. Nu eiser op 18 januari 2016 in bewaring is gesteld en verweerder ten tijde van de zitting van 28 januari 2016 nog geen uitzettingshandeling had verricht, is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gewerkt aan de voorbereiding van de uitzetting van eiser. Onder verwijzing naar een door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 5 december 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BC0695) overweegt de rechtbank dat van verweerder in dit geval in redelijkheid verwacht had mogen worden dat hij uiterlijk zeven dagen na de inbewaringstelling een onderzoek had moeten starten naar de mogelijkheden om eiser uit te zetten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
