ECLI:NL:RBDHA:2016:10607
Rechtbank Den Haag · 19-02-2016 · zaaknummer AWB 15/12623
Inhoudsindicatie
Libië / intrekking verblijfsvergunning en afwijzing aanvraag verlenging dan wel om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd / uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen beroepsgrond in eerdere uitspraak van rechtbank in zelfde procedure, waartegen eiser in hoger beroep niet is opgekomen / toetsing ex tunc en ex nunc / relaas ongeloofwaardig / geen artikel 15c situatie. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgrond van eiser, dat verweerder niet tot intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel heeft kunnen overgaan, omdat de grond voor verlening op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet is komen te vervallen, door de rechtbank in haar eerdere uitspraak van 5 maart 2015 reeds uitdrukkelijk en zonder voorbehoud is verworpen en eiser daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Evenmin doet zich de situatie voor dat het oordeel over die beroepsgrond, dan wel de onderdelen van het bestreden besluit en het aanvullende besluit waarop die grond betrekking heeft, onverbrekelijk samenhangen met hetgeen eiser in zijn overige, niet reeds verworpen beroepsgronden, aan de orde heeft gesteld. De beroepsgrond ligt daarom thans niet opnieuw ter beoordeling voor. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder kan worden gevolgd in zijn standpunt dat eiser zijn relaas dat hij in 2009 naar voren heeft gebracht, dan wel zijn (aanvullende) relaas dat hij in 2013 naar voren heeft gebracht, niet geloofwaardig heft gemaakt, zodat hij op grond daarvan niet in aanmerking komt voor een vergunning op één van de gronden bedoeld in artikel 29, eerste lid, Vw. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de algemene veiligheidssituatie in Benghazi zodanig is dat thans moet worden aangenomen dat een burger die terugkeert louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 3, Vw. In de uitspraak van 27 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:780) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) inzake de situatie in Benghazi overwogen dat uit de in die zaken beoordeelde stukken het beeld naar voren komt dat, hoewel bij de gewapende strijd tussen rivaliserende groepen gevechtsmethoden worden gebruikt die het risico op willekeurige burgerslachtoffers verhogen, het geweld in intensiteit wisselt en voornamelijk tussen rivaliserende groeperingen plaatsvindt. Uit die stukken blijkt volgens de Afdeling weliswaar dat het aantal slachtoffers en ontheemden aanzienlijk is, maar dit aantal, afgezet tegen het aantal inwoners van Benghazi, niet dusdanig hoog is dat de conclusie gerechtvaardigd is dat zich in Benghazi de bedoelde uitzonderlijke situatie voordoet, nu in die stukken geen onderscheid wordt gemaakt tussen slachtoffers van gericht geweld en willekeurige burgerslachtoffers. De door eiser in de onderhavige zaak ingeroepen stukken komen, zoals verweerder terecht concludeert, overeen met, dan wel geven geen wezenlijk ander beeld van de algemene veiligheidssituatie in Benghazi dan de stukken die de Afdeling in voornoemde uitspraak heeft betrokken bij haar beoordeling. Voorts heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen aanleiding is om thans een besluit- en vertrekmoratorium in te stellen. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
