ECLI:NL:RBDHA:2015:9781
Rechtbank Den Haag · 19-08-2015 · zaaknummer AWB - 15 _ 2684
Inhoudsindicatie
Artikel 8, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling Bpm 1992 niet onverbindend. Anders dan eiser stelt geeft artikel 10, achtste lid van de Wet op de Bpm 1992, eerste volzin, voldoende bevoegdheid om de eis te stellen dat het motorrijtuig op een door verweerder aan te wijzen plaats (Soesterberg) en tijdstip moet worden getoond. Het woord “Voorts” in de laatste volzin is een aanvulling en geen beperking. De bepaling is proportioneel en vanuit het oogpunt van een doelmatige controle gerechtvaardigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
