ECLI:NL:RBDHA:2015:9173
Rechtbank Den Haag · 27-07-2015 · zaaknummer AWB 15/11442
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de asielaanvraag van verzoeker afgewezen omdat Hongarije verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van deze aanvraag. Eiser stelt primair, onder verwijzing naar enkele rapporten en het feit dat Hongarije op 23 juni 2015 de naleving van de EU-regels heeft opgeschort, dat er ten opzichte van Hongarije niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijke vertrouwensbeginsel en subsidiair dat verweerder in ieder geval in het geval van eiser de vergewisplicht heeft geschonden door geen navraag te doen bij de Hongaarse autoriteiten naar de betekenis van het woord “ceased” in het claimakkoord. Volgens eiser duidt de zinsnede “his procedure was ceased by the asylum authority without a decision on the merits on 14.05.2015” op een genomen besluit in absentia waartegen hij geen beroep heeft kunnen aantekenen. In dit verband verwijst eiser naar de tussenuitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch van 22 juni 2015, AWB 15/2751. De rechtbank overweegt met verweerder dat met de door eiser aangehaalde rapporten niet aannemelijk is gemaakt dat er ten aanzien van Hongarije niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 24 september 2014, mede op basis van het arrest Mohammadi tegen Oostenrijk geoordeeld dat, hoewel de Hongaarse detentiepraktijk, de asielprocedure en de daarbij geboden voorzieningen in Hongarije tekortkomingen kennen, er geen sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen. Bovendien heeft deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, in haar uitspraak van 12 juni 2015 (ECLI:NL:RBNHO:2015:4803) reeds overwogen dat de bijlagen van het document ‘Veelgestelde vragen Dublin Hongarije’ van Vluchtelingenwerk Nederland van mei 2015, hetgeen thans ook door eiser wordt overgelegd, geen andere strekking hebben dan de rapporten die de Afdeling in de uitspraak van 24 september 2014 bij haar beoordeling heeft betrokken. Overdracht aan Hongarije levert dan ook geen schending op van artikel 3 EVRM. Eisers beroep in dit verband op het bericht op de website van het ministerie van Binnenlandse Zaken van Hongarije van 23 juni 2015 maakt dit niet anders, nu dit bericht op 24 juni 2015 weer is ingetrokken. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder navraag had moeten doen bij de autoriteiten, nu eiser niet heeft aangetoond dat één van de drie situaties, genoemd op pagina 30 en 31 van het rapport van het Hungarian Helsinki Committee van februari 2015 op hem van toepassing is. Bovendien hebben de Hongaarse autoriteiten het terugnameverzoek geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, Verordening. Hiermee heeft Hongarije bevestigd dat de aanvraag van eiser aldaar in behandeling is. Uit het claimakkoord van 1 juni 2015 is ook niet gebleken van een negatief besluit op zijn aanvraag, integendeel, daarin staat vermeld “his procedure was ceased by the asylum authority without a decision on the merits on 14.05.2015”. De overige beroepsgronden slagen evenmin.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
