ECLI:NL:RBDHA:2015:9057
Rechtbank Den Haag · 22-07-2015 · zaaknummer AWB 15/11314
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft, met gebruikmaking van zijn discretionaire bevoegdheid, ambtshalve aan verzoeker een zogenoemde verblijfsvergunning “buiten schuld” verleend. Verweerder stelt de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning buiten behandeling omdat verzoeker de verschuldigde leges niet heeft betaald. Ter zitting blijkt dat het aan de voorzieningenrechter ter beschikking gestelde procesdossier niet volledig is. De voorzieningenrechter bepaalt in een mondelinge tussenuitspraak dat verzoeker thans niet mag worden uitgezet. Verweerder wordt opgedragen om de ontbrekende stukken in te zenden. Voorts dient verweerder bij aanvullend verweerschrift in te gaan op ter zitting gerezen vragen. De voorzieningenrechter geeft partijen als aanbeveling mee, te bezien of zij er samen uit kunnen komen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
