ECLI:NL:RBDHA:2015:8855
Rechtbank Den Haag · 28-07-2015 · zaaknummer AWB 15/12986, 15/12984
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de homoseksuele geaardheid van verzoeker ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft ter zitting naar voren gebracht dat er bij het gehoor gebruik is gemaakt van een interne gedragslijn die geldt sinds april 2014. Deze wordt gebruikt bij aanvragen waarbij homoseksualiteit als asielmotief wordt aangevoerd. In deze gedragslijn staat vermeld hoe er gehoord dient te worden. Dit gebeurt aan de hand van negen thema’s die zijn gebaseerd op rapporten van onder meer de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit (COC) en Pink Solutions. De thema’s zijn niet limitatief. Deze gedragslijn is niet openbaar. Verzoeker is gehoord aan hand van de volgende negens thema’s: 1) Privéleven, familie en religie. Het gaat om de eigen ervaringen van betrokkene en het bewustwordingsproces. 2) Relaties, zowel de huidige als de vorige relaties. 3) Familie en vrienden. Het gaat om hun reactie op het coming-out van betrokkene. 4) Homoseksuele contacten in het land van herkomst. 5) Contact met en kennis van belangenorganisaties in het land van herkomst. 6) Contacten met homoseksuelen in Nederland. 7) Kennis van de Nederlandse situatie met betrekking tot homoseksuelen. 8) Discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. 9) Toekomst; de door de vreemdeling verwachte gevolgen bij terugkeer naar het land van herkomst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, daargelaten het antwoord op de vraag of verweerder met de ter zitting gegeven uiteenzetting over de door hem gevolgde interne gedragsregel tegemoetkomt aan de bezwaren van de Afdeling zoals genoemd in rechtsoverweging 7.3 van de uitspraak van 8 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2170), verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij aan de hand van de uitkomsten van zijn onderzoek de beoordeling van de geloofwaardigheid van een gestelde homoseksuele gerichtheid in het algemeen pleegt te verrichten en hoe hij deze naar aanleiding van de verklaringen van verzoeker in de onderhavige zaak heeft verricht. Daarnaast heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt op welke vragen en antwoorden van verzoeker het zwaartepunt ligt en hoe hij de door verzoeker gegeven antwoorden heeft gewaardeerd en onderling gewogen. De beoordeling van het asielrelaas voldoet in dit geval niet aan de eisen genoemd in rechtsoverwegingen 7.4 en 7.6 van de uitspraak van 8 juli 2015. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom de seksuele gerichtheid van verzoeker ongeloofwaardig is, zodat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 Awb. De voorzieningenrechter heeft het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Rechters
Advocaten
- A.P. van den Akker
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
