Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:8785

Rechtbank Den Haag · 28-07-2015 · zaaknummer AWB 15/10540

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 28-07-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

niet tijdig nemen van een besluit, artikel 6:12, besluitmoratorium, Ninewa, Irak, Mosul, artikel 43 Vw 2000, beslistermijn, IS, Islamitische Staat, ISIS, Islamitische Staat van Irak en Syrië, Yezidi's, brute wijze van vervolging, ingebrekestelling, UNHCR, Teeven, Kamervragen, kwetsbare minderheidsgroep, WBV 2014/31, Yezidi bevolkingsgroep, arguable claim, artikel 3 EVRM, Salah Sheekh, individualiseringsvereiste, mere possibility, beperkte indicaties Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in dit geval onvoldoende gemotiveerd dat eiser zijn individuele vrees niet aannemelijk heeft gemaakt. Immers, verweerder kan hiervoor niet verwijzen naar overwegingen in een ingetrokken besluit. Door verweerder is niet ingegaan op het betoog van eiser dat zijn familie al vele jaren door extremistische soennieten wordt belaagd, dat sprake is van duidelijk gerichte vervolging van Yezidi's in Irak door IS die reeds sinds de val van Mosul in juni 2014 voortduurt, dat de positie van IS zodanig sterk is dat zij zich weten te handhaven in het gebied rond Mosul (Ninewa) waar eiser vandaan komt en de van oudsher bestaande discriminatie en precaire positie van Yezidi's in Irak. Evenmin zijn deze factoren door verweerder in samenhang beoordeeld. Bij de beoordeling van een beroep (arguable claim) op artikel 3 EVRM moet er een full, comprehensive and ex nunc beoordeling van artikel 3 EVRM plaatsvinden, zoals de vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), onder andere in de zaak Salah Sheekh tegen Nederland van 11 januari 2007 (ECLI:NL:XX:2007:AZ5971, JV 2007/30), voorschrijft. Verweerder heeft in dit geval niet inzichtelijk gemaakt dat bij de beoordeling of sprake is van een schending van artikel 3 EVRM is betrokken dat uit het aangehaalde rapport van de UNHCR en de informatie over Yezidi's in de ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Irak van 19 september 2014 en 16 april 2015 zeer duidelijk is op te maken dat (vertegenwoordigers van) IS, na het vertrek van eiser uit Irak, de Yezidi's op gruwelijke, brute wijze heeft vervolgd. Tevens volgt uit deze informatie dat IS in een deel van Irak (waaronder Mosul in de provincie Ninewa) de feitelijke macht uitoefent en dat het een groepering is waartegen de Iraakse autoriteiten niet in staat zijn gebleken de Yezidi's uit Mosul, zoals eiser, bescherming te bieden. Gelet hierop zijn er ernstige redenen om aan te nemen dat de Yezidi's in Mosul op systematische wijze zijn blootgesteld aan daden van IS als verboden in artikel 3 EVRM, zodat een mogelijke schending van het refoulementverbod in het geding is. Door verweerder is evenmin inzichtelijk bij de beoordeling betrokken of eiser (met beperkte indicaties) aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer enkel op basis van zijn lidmaatschap van deze bevolkingsgroep een reëel en individuele risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 EVRM.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.