ECLI:NL:RBDHA:2015:8583
Rechtbank Den Haag · 24-06-2015 · zaaknummer AWB - 15 _ 11636
Inhoudsindicatie
De rechtbank leest in de uitspraak van 11 juni 2013 van de Afdeling niet dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de situaties waarin een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw 2000 is opgelegd of een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw 2000. De rechtbank acht zich bevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de toegangsweigering. Nu niet is gebleken dat eiseres over de vereiste middelen van bestaan kon beschikken heeft verweerder aan eiseres terecht de toegang geweigerd. De rechtbank kan uit het besluit niet opmaken wat de afweging is geweest om in dit concrete geval gebruik te maken van de bevoegdheid een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De enkele opmerking dat gelet op de omstandigheid dat aan eiseres de toegang is geweigerd er aanleiding bestaat een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, is hiervoor onvoldoende. Ook de verwijzing naar het proces-verbaal is ontoereikend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
