ECLI:NL:RBDHA:2015:7855
Rechtbank Den Haag · 25-06-2015 · zaaknummer AWB 15/11491, 15/11490
Inhoudsindicatie
Oplegging vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw met aanduiding plaats JCS, terwijl deze beschikking is uitgereikt op andere locatie. Het vervoer van de vreemdeling van de locatie waar het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel aan hem is uitgereikt naar de locatie genoemd in dat besluit, valt onder de reikwijdte van het besluit tot vrijheidsontneming. Een aparte titel voor vrijheidsontneming tijdens het wachten op het vervoer en het daadwerkelijke vervoer van de vreemdeling is daarom niet noodzakelijk, mits het vervoer en het wachten daarop een redelijke termijn duurt. Gebleken is dat tussen het moment waarop eiser de vrijheidsontnemende maatregel met plaatsaanduiding JCS is uitgereikt en zijn aankomst op JCS nog geen vier uren hebben gelegen, bestaande uit wachttijd en de tijd die het vervoer in beslag heeft genomen. Deze periode valt nog onder een redelijke termijn. Beroep op het arrest Mahdi van het Hof van Justitie EU van 5 juni 2014: dat arrest en de daarop gebaseerde jurisprudentie van de Afdeling zijn niet op eiser van toepassing. Dit neemt niet weg dat het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw een discretionaire bevoegdheid van verweerder is. Aan de toepassing van een discretionaire bevoegdheid dient een belangenafweging door verweerder vooraf te gaan. Die belangenafweging en de uitkomst daarvan dienen op grond van de artikelen 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht kenbaar en deugdelijk in het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel te worden gemotiveerd. In het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel ontbreekt een dergelijke motivering. Niet duidelijk is welke eventuele (bijzondere) belangen van de vreemdeling verweerder in zijn afweging heeft betrokken, terwijl evenmin duidelijk is waarom verweerder in dit geval aan het grensbewakingsbelang doorslaggevend gewicht heeft toegekend. Hierbij is van belang dat, hoewel uit het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgemaakt dat eiser is gehoord, een proces-verbaal van het gehoor ontbreekt zodat niet duidelijk is hoe het gehoor precies is verlopen; of eiser in dat kader concrete vragen zijn gesteld en zo ja welke, en wat eiser precies heeft verklaard. De zeer beknopte weergave van de verklaring in het besluit voldoet in dit opzicht niet. Het besluit is in strijd met de artikelen 3:46 en 3:47 Awb en de vrijheidsontneming is van aanvang af onrechtmatig. Volgt opheffing van de maatregel plus toekenning van schadevergoeding.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
