Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:7727

Rechtbank Den Haag · 07-07-2015 · zaaknummer AWB 15/11536

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 07-07-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Hongarije, Vo 604/2013, claimakkoord op grond van artikel 18, aanhef en onder c, interstatelijk vertrouwensbeginsel, notitie van Vluchtelingenwerk Nederland van mei 2015, Veelgestelde vragen Dublin-Hongarije, rapport van het Hungarian Helsinki Committee van februari 2015, tussenuitspraak van 22 juni 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:7071), artikel 3 EVRM, bepaling 54(2), Hongaarse Vreemdelingenwet, Hongaarse Helsinki Comité, HHC, Hongaarse immigratiedienst, OIN, DubliNet netwerk, alle terugnames en overnames op grond van Vo 604/2013 voor onbepaalde tijd opgeschort, AIDA, ECRE, website van de minister van Binnenlandse Zaken van de Hongaarse regering, withdrawl, Europese Commissie navraag zal doen bij Hongarije, nader onderzoek van Bureau Dublin aangaande de Hongaarse asielprocedure, opting out van de zogenaamde Dublin III regelgeving. Ondanks de voormelde tussenuitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 december 2014 en het feit dat verweerder ter zitting expliciet te kennen heeft gegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, stelt de voorzieningenrechter met klem voorop dat uit de officiële website van de Hongaarse regering (ministerie van Binnenlandse Zaken) valt op te maken dat Hongarije op 23 juni 2015 heeft besloten tot opschorting van de terugname van Dublinclaimanten voor onbepaalde tijd. Ook de Hongaarse minister-president Viktor Orban heeft voor onbepaalde tijd een opting out van de zogenaamde Dublin III regelgeving aangekondigd, zoals volgt uit openbaar toegankelijk informatie. Hoewel uit het (internet)artikel in The Telegraph op 24 juni 2015 getiteld: "Hungary reverses decision over suspension of EU rule on taking back asylum seekers" ook volgt dat de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, Peter Szijjarto, de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken kennelijk desgevraagd heeft geïnformeerd dat Hongarije geen enkele EU-rechtelijke regel schorst, laat dit onverlet dat het officiële standpunt van Hongarije is dat de opschorting van de terugname van Dublinclaimanten voor onbepaalde tijd wordt gehandhaafd en om geduld wordt verzocht bij de toepassing van de Dublin regelgeving. De voorzieningenrechter kan dit niet anders verstaan dan dat Hongarije expliciet te kennen geeft de verplichtingen die volgen uit de Dublin-verordening voor onbepaalde tijd niet langer na te zullen komen. In dat licht is het standpunt van verweerder dat desondanks onverkort kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel onbegrijpelijk. Nu verweerder zich – ondanks het claimakkoord – dient uit te laten over de consequenties van de officiële berichtgeving van de Hongaarse autoriteiten voor de beroepszaak van verzoekster, komt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening naar het oordeel van de voorzieningenrechter reeds om deze reden voor toewijzing in aanmerking. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de aankondiging van de Hongaarse autoriteiten en de behandeling ter zitting zal de voorzieningenrechter thans volstaan met beslissen op het verzoek en niet tevens beslissen op het beroep. Verweerder wordt hiermee in de gelegenheid gesteld een goed onderbouwd standpunt in te nemen ten aanzien van de ontstane situatie. Tevens kan verweerder, indien Hongarije terugkomt op de beslissing tot opschorting van nakoming van de Dublin-verplichtingen, overwegen om zelf initiatief te nemen om garanties te vragen bij de Hongaarse autoriteiten dat zij toepassing zullen geven aan de Dublin-verordening, ook indien in de Verordening andere, voor de vreemdeling gunstigere, bepalingen staan dan in de nationale asielwetgeving. Bij de huidige stand van zaken kan het beroep van verzoekster een redelijke kans van slagen niet worden ontzegd. De voorzieningenrechter is voornemens om het beroep van verzoekster in beginsel na ommekomst van twee maanden ter zitting te behandelen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoekster]

    verzoekster · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.