ECLI:NL:RBDHA:2015:6279
Rechtbank Den Haag · 03-06-2015 · zaaknummer 09/827091-14 (dagvaarding I) en 09/852238-14 (Dagvaarding II, ter berechting gevoegd)
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft in een instelling van GGZ Delfland een medepatiënt gewurgd en een andere medepatiënt getracht te wurgen. De rechtbank verwerpt het verweer dat geen sprake is van opzet. Voorbedachte raad acht de rechtbank niet bewezen. De rechtbank acht doodslag en poging tot doodslag, meermalen gepleegd, wettig en overtuigend bewezen. Verdachte wordt vrijgesproken van het mishandelen van een medewerker van het PPC Den Haag. Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten in GGZ Delfland ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. De rechtbank legt aan verdachte de maatregel TBS met voorwaarden op en beveelt daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid. De uitvoering van deze maatregel is met voldoende waarborgen met betrekking tot de beveiliging van de maatschappij omkleed.
Advocaten
- W.S. Korteling
Officier van justitie
- B. Lijnse
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
