ECLI:NL:RBDHA:2015:5839
Rechtbank Den Haag · 22-05-2015 · zaaknummer AWB-15_8918uvv
Inhoudsindicatie
Uit de door verzoeker overgelegde brief van Vluchtelingenwerk Nederland, waarin wordt verwezen naar rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International, over de positie van Oromo’s in Ethiopië volgt niet direct dat alle Oromo’s in Ethiopië zonder meer te vrezen hebben voor vervolging of een behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRM, maar deze bieden daarvoor wel een aanknopingspunt. Verweerder heeft daarom niet kunnen volstaan met een verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling en een algemeen ambtsbericht van eerdere datum dan de rapporten, dan wel met de mededeling dat er geen speciaal (landen)beleid voor Oromo’s is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
