ECLI:NL:RBDHA:2015:5622
Rechtbank Den Haag · 13-05-2015 · zaaknummer 09-837157-14
Inhoudsindicatie
Aan verdachte is onder feit 1 tenlastegelegd dat hij in strijd met artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet een geneesmiddel – 20 kilo ketamine in poedervorm – in voorraad heeft gehad. De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of de 20 kilo ketamine in poedervorm, verpakt in een vat, is aan te merken als een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid. onder b, Geneesmiddelenwet. Ter beantwoording van deze vraag zal de rechtbank de term ‘geneesmiddel’ conform de richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311), zoals gewijzigd bij richtlijn 2004/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 (PbEG L 136) interpreteren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- K.J.R. van Halderen
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
