ECLI:NL:RBDHA:2015:5303
Rechtbank Den Haag · 30-04-2015 · zaaknummer C-09-487221 - KG ZA 15-538
Inhoudsindicatie
Kort geding. Opheffing gijzeling uit hoofde van de Wahv (Wet Mulder). Betalingsonmacht. Proportionaliteit. De totale duur van de gijzeling - op grond van verschillende machtigingen kantonrechters - staat niet in een redelijke verhouding met het beoogde doel, te weten betaling van de openstaande boetes. Daarbij is rekening gehouden met de aanbevelingen van het landelijk overleg coördinerend kantonrechters (LOCK), inhoudend dat - voor zover sprake is van meerdere zaken betreffende één persoon - de machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling wordt verleend voor de maximale duur van vijftien dagen, tenzij de officier van justitie concrete bijzondere omstandigheden stelt en aannemelijk maakt. De betreffende kantonrechters hebben zich daaraan niet gehouden, hetgeen wel van hen had mogen worden verwacht. Concrete bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om af te wijken van de aanbevelingen zijn gesteld noch gebleken. De maximale gijzelingsduur van 15 dagen als bedoeld in de aanbevelingen van het LCOK geldt logischerwijs ook (juist) in gevallen waarin geen betalingsonmacht aan de orde is. In gevallen waarin wel betalingsonmacht aan de orde is zou een machtiging tot gijzeling in het geheel niet moeten worden verleend, omdat de gijzeling alsdan geen enkel redelijk doel dient en reeds daarom onrechtmatig is.
Rechters
Advocaten
- H.J.F. Dullemond
- L. Baljon
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
