ECLI:NL:RBDHA:2015:5204
Rechtbank Den Haag · 30-04-2015 · zaaknummer AWB-14_27530u
Inhoudsindicatie
Het bestreden besluit strekt tot handhaving van de beëindiging van het verblijfsrecht van eiseres als gemeenschapsonderdaan. Eiseres heeft niet op enig moment op grond van artikel 8:12, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000, dan wel artikel 7, eerste lid, onder a, van de richtlijn, hier te lande als werknemer recht gehad op verblijf van langer dan drie maanden. Eiseres heeft onvoldoende concreet gemaakt dat zij ten tijde van en voorafgaand aan het bestreden besluit een reële kans op werk had. De vraag of eiseres thans wel als economisch actieve EU-onderdaan dient te worden aangemerkt omdat zij in februari 2015 weer werk heeft gevonden, dient, gelet op de ex tunc toetsing in beroep, buiten beschouwing te blijven. Voorts oordeelt de rechtbank dat nu eiseres sinds 8 oktober 2013 een beroep doet op de publieke middelen, verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres een onredelijke last vormt voor de publieke middelen. De persoonlijke omstandigheden van eiseres vormen geen grond om af te zien van verblijfsbeëindiging.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
