Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:4720

Rechtbank Den Haag · 21-04-2015 · zaaknummer AWB 15/5861

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 24-04-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verordening 604/2013, prejudiciële vragen van 2 februari 2015 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het op grond van de onbetwist verstrekte informatie aannemelijk dat verzoeker in Duitsland asiel heeft aangevraagd, voordat hij een asielaanvraag heeft ingediend in Italië. De voorzieningenrechter ziet zich gesteld voor de vraag of verzoeker kan opkomen tegen (gebreken bij de) vaststelling van de verantwoordelijkheid op grond van Verordening 604/2013, nu hetgeen hij heeft aangevoerd geen betrekking heeft op aan het systeem gerelateerde tekortkomingen. De voorzieningenrechter stelt vast dat in Verordening 343/2003, in tegenstelling tot in Verordening 604/2013, geen bepaling is opgenomen die expliciet ziet op de mogelijkheid tot het instellen van een rechtsmiddel tegen de toepassing van de Verordening. Onder “toepassing van de Verordening” moet, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, mogelijk ook worden verstaan de toepassing van de criteria van hoofdstuk III van de Verordening in de volgorde waarin zij voorkomen in de tekst van Verordening 604/2013. Gelet op het voorgaande sluit de voorzieningenrechter zich aan bij de door verzoeker aangehaalde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 2 februari 2015, waarin de rechtbank heeft overwogen dat de toepassing van Verordening 604/203, waaronder mogelijk ook de criteria voor bepaling van de verantwoordelijke lidstaat, wel onder de reikwijdte van het door verzoeker ingestelde beroep lijkt te vallen. De mogelijkheid blijft daarom voorshands open dat onder Verordening 604/2013 niet alleen tegen het besluit om het asielverzoek niet te behandelen kan worden opgekomen met een beroep op de aan het systeem gerelateerde tekortkomingen, maar ook op de toepassing van de criteria van de Verordening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval het antwoord op de prejudiciële vragen die bij uitspraak van 2 februari 2015 zijn gesteld, van belang kan zijn voor de beoordeling van de onderhavige zaak. Onder deze omstandigheden weegt bij de afweging van alle betrokken belangen, het belang van verzoeker bij toewijzing van het verzoek om zijn uitzetting te beletten tot er op het beroep is beslist zwaarder dan het belang van verweerder bij de afwijzing daarvan.

Advocaten

  • J.M.M. Verstrepen

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.