Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:4647

Rechtbank Den Haag · 22-04-2015 · zaaknummer 15/7747

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 23-04-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In haar uitspraak van 10 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1309) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat verweerder in de maatregel van bewaring uitdrukkelijk moet motiveren waarom hij niet met toepassing van een lichter middel volstaat. Het opsommen van de gronden van de maatregel acht de Afdeling daartoe onvoldoende, omdat verweerder in aanvulling daarop moet beoordelen of de vreemdeling bijzondere feiten of omstandigheden heeft aangevoerd met betrekking tot zijn persoonlijke belangen die de maatregel onevenredig maken. De aan eiser opgelegde maatregel van bewaring geeft geen blijk van een dergelijke beoordeling. Dat verweerder bijna vier weken na het opleggen van de maatregel schriftelijk verklaart dat hij de toepassing van een lichter middel heeft overwogen, maar daarvan heeft afgezien vanwege de gronden van de maatregel en omdat eiser toepassing van een lichter middel niet overtuigend heeft bepleit, neemt niet weg dat de maatregel van bewaring deze toelichting niet bevat en daarmee lijdt aan een motiveringsgebrek. Mede gezien het in de uitspraak van 10 april 2015 door de Afdeling, in navolging van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arrest van 5 juni 2014 (ECLI:EU:C:2014:1320), benadrukte belang van de vreemdeling bij een dergelijke motivering in de maatregel van bewaring en gelet op het voor de vreemdeling ingrijpende karakter van de maatregel van bewaring kan dit motiveringsgebrek naar het oordeel van de rechtbank niet achteraf worden hersteld. Overigens acht de rechtbank de op 20 april 2015 door verweerder gegeven motivering niet toereikend. Dat eiser eerder in bewaring heeft gezeten en toen met vervangende reispapieren is uitgezet maakt, daargelaten dat in 2013 sprake was van terugkeer vanuit bewaring met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie, niet inzichtelijk waarom thans geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Hetzelfde geldt voor de opmerking dat de stelling van eiser dat een lichter middel van toezicht volstaat niet overtuigt en de opmerking dat niet is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onredelijk bezwarend maken, ook nu verweerder daarmee niet inhoudelijk reageert op eisers stelling dat hij vrijwillig naar [land] zal terugkeren als hij daartoe in de gelegenheid wordt gesteld.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.