ECLI:NL:RBDHA:2015:4399
Rechtbank Den Haag · 26-03-2015 · zaaknummer AWB 15/5201, 15/5199, 15/5203 & 15/5210
Inhoudsindicatie
AA-zaak. Het beroep is gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel is onmiddellijk opgeheven. Verzoeker is biseksueel en komt uit Albanië en stelt dat hij bij terugkeer naar Albanië een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM omdat hij door zijn familie met de dood wordt bedreigd. Voorts zal hij zich niet als biseksueel kunnen manifesteren in Albanië op dezelfde wijze als hij in Groot-Brittannië heeft gedaan. Hij zal door de burgers van Albanië en ook door lagere politieagenten worden vervolgd. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn standpunt landeninformatie overgelegd. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gemotiveerd. Uit de overgelegde rapporten blijkt dat de situatie in Albanië voor LHBT-ers problematisch is en dat er op grote schaal sprake is van homofobie. Verweerder is ten onrechte voorbij gegaan aan deze informatie en heeft ten onrechte niet beoordeeld wat de gevolgen zijn als verzoeker, die zich openlijk manifesteert als biseksueel en dit zal blijven doen, terug zal keren naar Albanië. Het enkele feit dat er in 2014, toen verzoeker een paar maanden in Tirana verbleef, niets is gebeurd, is onvoldoende omdat hij toen zijn seksuele geaardheid niet heeft geuit. Voorts heeft verweerder onvoldoende onderbouwd waarom LHBT-ers, gelet op de door verzoeker genoemde landeninformatie, niet als risicogroep als bedoeld in paragraaf C2/3.2 van de Vc zijn aan te merken. Verweerder heeft voorts met het standpunt dat er slechts sprake is van incidenten met betrekking tot LHBT-ers in Albanië, de inhoud van de door verzoeker overgelegde informatie waarin is aangegeven dat homoseksuelen lastig worden gevallen door de politie als bekend is dat zij homoseksueel zijn, niet overtuigend weerlegd. Verweerder is voorts niet ingegaan op het criterium van artikel 3.37d, eerste lid, onder a, VV nu verweerder in het geheel niet heeft beoordeeld of er voor verzoeker een vestigingsalternatief is in Albanië naar aanleiding van de door verzoeker overgelegde informatie. Ten slotte is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd met betrekking tot het beroep van verzoeker op artikel 8 EVRM vanwege het recht op privéleven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat blijkens vaste jurisprudentie van het EHRM het begrip privéleven een ruim begrip is dat ook een recht op autonomie over het eigen leven en de invulling daarvan omvat, inclusief het aangaan van seksuele relaties. Verweerder had bij de beoordeling van de aanvraag van verzoeker dienen te betrekken de vraag of het weigeren van een verblijfsvergunning regulier een schending oplevert van het recht op respect op een privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, dat verzoeker openlijk biseksueel is en de stelling van verzoeker dat het in Albanië niet mogelijk is openlijk LHBT-er te zijn en daarbij acht moeten slaan op de door verzoeker genoemde landeninformatie.
Rechters
Advocaten
- J.J. Wedemeijer
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
