ECLI:NL:RBDHA:2015:408
Rechtbank Den Haag · 12-01-2015 · zaaknummer 13-18198
Inhoudsindicatie
Nu in rechte vast staat dat artikel 1(F) op eiser van toepassing is, is sprake van een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de richtlijn. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het gedrag van eiser ook een actuele bedreiging vormt. Eiser kan verantwoordelijk worden gehouden voor buitengerechtelijke executies en heeft als militair bewust aanvallen gericht op de burgerbevolking. Eiser is na het plegen van de als schending van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag aangemerkte feiten herhaaldelijk met justitie in aanraking gekomen. Gebleken is dat eiser laatstelijk is veroordeeld dat 30 maanden gevangenisstraf wegens het plegen van mensenhandel en het tot prostitutie dwingen van minderjarigen. Beroep op artikel 8 van het EVRM slaagt niet.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
