ECLI:NL:RBDHA:2015:3203
Rechtbank Den Haag · 19-03-2015 · zaaknummer 09-920341-10
Inhoudsindicatie
Jeugrecht De rechtbank is van oordeel, dat de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel niet meer eist en ook verlenging van deze maatregel niet meer in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank weegt daarbij mee dat uit het advies volgt dat de veroordeelde wat betreft behandeling en ontwikkeling alles uit de PIJ-maatregel heeft gehaald en dat het recidiverisico met de begeleiding en ondersteuning thans laag is. Daarbij is vermeld dat de veroordeelde ook buiten de instelling de nodige ondersteuning weet te vinden, in de eerste plaats in de persoon van zijn werkgever, tevens mentor en pastor. Voorts heeft hij belangrijke protectieve factoren, te weten zijn vriendin en dochtertje, voor wie hij graag wil zorgen en is er - in ieder geval voor zo lang dat nodig is - woonruimte voor hem beschikbaar bij de tante van zijn vriendin. Gelet op dit alles en gehoord de deskundige is de rechtbank van oordeel dat verlenging van de maatregel niet meer in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank zal dan ook de vordering tot verlenging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen af te wijzen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- F.C. Teylingereind
- M.C. Nederpel
Officier van justitie
- C. Rijnaarts
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
