Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:2740

Rechtbank Den Haag · 13-03-2015 · zaaknummer AWB - 13_29202

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 13-03-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser ontkent de inhoudelijke juistheid van de bevindingen van het individueel ambtsbericht. Eiser ontkent lid te zijn geweest van MDR-Power. Volgens eiser was hij wel lid van MDR maar was deze beweging niet anti-Tutsi en heeft hij niets te maken gehad met de (voorbereidingen van de) genocide. De rechtbank volgt eiser hierin niet. De rechtbank acht daartoe van belang dat eiser in zijn nader asielgehoor van 4 mei 2000 heeft verklaard dat hij zich binnen de MDR bezig hield met propaganda en informatie. Bij de demonstraties was hij bezig met het verzorgen van de leuzen en instructies geven waar mensen moesten staan. Eiser heeft verklaard dat hij zijn opdrachten kreeg van zijn broer, Frodouald Karamira, vice-president van de MDR. Eiser heeft voorts verklaard dat zijn broer in 1998 te Kigali is vermoord. Uit algemene bronnen blijkt dat Frodouald Karamira door het Tribunal de Première Instance de Kigali op 14 februari 1997 ter dood is veroordeeld wegens het plegen van genocide en misdrijven tegen de menselijkheid. Nadat zijn hoger beroep is afgewezen is hij op 24 april 1998 geëxecuteerd. Uit het voornoemd vonnis blijkt onder meer dat de broer van eiser de oprichter is van MDR Power. Hij heeft bijeenkomsten in Kigali en Gitarama georganiseerd waarin de Hutu’s werden opgeroepen de Tutsi’s te elimineren. Uit het door verweerder in het voornemen geciteerde rapport van Human Right Watch van maart 1999, “Leave none to tell the story”, wordt gerapporteerd dat op Radio Rwanda en RTLM werd opgeroepen tot het vermoorden van Tutsi’s onder meer door Frodouald Karamira. Zo wordt beschreven dat hij op 12 april 1994 tijdens een radio-uitzending duidelijk heeft gemaakt dat de Tutsi’s het doelwit moesten zijn van de moordpartijen. Eisers verklaring dat hij zich binnen de MDR heeft bezig gehouden met propaganda en zijn opdrachten kreeg van zijn broer, zijnde de oprichter van MDR-Power, ondersteunt de informatie in het individueel ambtsbericht dat eiser actief lid was van MDR Power en nauw samenwerkte met Frodouald Karamira. Uit eisers verklaring blijkt niet dat eiser voorafgaande of tijdens de genocide niet langer voor zijn broer Froudoald Karamira werkzaam was danwel op andere wijze afstand heeft genomen van diens activiteiten. Het vorengaande strookt eveneens met de bevinding in het individueel ambtsbericht dat eiser tijdens de genocide regelmatig bij Radio RTLM kwam en soms communiqués meebracht die de bevolking ertoe moest aanzetten Tutsi’s te doden. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten aangevoerd op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat deze informatie onjuist is. De enkele niet onderbouwde stelling van eiser dat hij slechts één keer bij de haatzaaiende radiozender RTLM is geweest en verder geen enkele link had met de RTLM, is daartoe onvoldoende. Immers uit het vorengaande leidt de rechtbank af dat van Frodouald Karamira bekend is dat hij op de radio RTLM en Radio Rwanda heeft opgeroepen tot het vermoorden van Tutsi’s. Nu eiser naar eigen zeggen binnen de MDR werkzaam was in de propaganda en opdrachten van zijn broer kreeg, ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van het ambtsbericht op dit punt. De door eiser overgelegde lijst van aandeelhouders van de RTLM leidt niet tot een ander oordeel reeds nu in het individueel ambtsbericht in het geheel niet is gesteld dat eiser aandeelhouder zou zijn van de RTLM.” Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verweerder op grond van de onderzoeksresultaten van dit individueel ambtsbericht heeft kunnen concluderen dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden en uitvoeren van aanvallen op en doden van Tutsiburgers in de periode tussen april 1994 en juli 1994 gedurende de uitvoering van de genocide in Rwanda op de Tutsi’s en aldus terecht artikel 1(F), aanhef en onder a, b, en c van het Vluchtelingenverdrag heeft tegengeworpen. De rechtbank stelt daarbij voorop dat eiser niet heeft betwist dat de in het individueel ambtsbericht vermelde gedragingen, als zij juist zouden zijn, kwalificeren als handelingen vallende onder artikel 1(F), aanhef en onder a, b, en c van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. De rechtbank hecht daarbij in het bijzonder waarde aan de beantwoording van vraag 1. Hieruit blijkt dat eiser actief lid was van MDR-Power en daarbij nauw samenwerkte met zijn broer Frodouald Karamina, toenmalig vice-president van MDR-Power.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.