Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:2738

Rechtbank Den Haag · 13-03-2015 · zaaknummer AWB - 14 _ 20912

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 13-03-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Blijkens het algemeen ambtsbericht van december 2014 worden terugkeerders in de regel al als zodanig herkend door hun (westers) gedrag, kleding, bezittingen, hun oogopslag of accent, ook als ze bijvoorbeeld maar een half jaar zijn weggeweest. Voorts blijkt dat terugkeerders zich op subtiele wijze in Somalische ogen kunnen onderscheiden van mensen die al sinds jaar en dag in het gebied wonen en dat het mede vanwege de communicatieve cultuur in Somalië bekend kan raken dat iemand is teruggekeerd waardoor zij het risico lopen door Al-Shabaab als terugkeerder te worden herkend en te worden beschuldigd van verraad of spionage. Gezien het feit dat eiser zich sinds april 2009 in Nederland bevindt en het er reeds vanwege dit enkele tijdsverloop voor moet worden gehouden dat eiser zich dientengevolge, al dan niet onbewust, bepaalde westerse gewoonten, een andere oogopslag, een gewijzigd accent en gedachten heeft aangemeten, is de rechtbank van oordeel dat het risico voor eiser om tijdens zijn reis naar zijn herkomstgebied door Al-Shabaab te worden herkend als terugkeerder dusdanig groot is dat eiser bij terugkeer, ondanks de eerdere vastgestelde ongeloofwaardigheid van zijn asielrelaas, aldaar een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 26 november 2014 (201404664/1/V2, www.raadvanstate.nl) en paragraaf 23.4.6. van het WBV 2014/6, dat eiser niet al enkel vanwege zijn terugkeer uit het westen door Al-Shabaab ervan verdacht zal worden te spioneren voor de overheid en dat eiser ook om die reden geen reëel risico loopt op een door artikel 3 van het EVRM verboden behandeling. Daartoe overweegt de rechtbank dat anders dan in het eerdere AAB van december 2013, in het AAB van december 2014 wel informatie is opgenomen over het risico door Al-Shabaab als terugkeerder te worden herkend. Gezien het vorenstaande kon verweerder naar het oordeel van de rechtbank dan ook in dit kader niet volstaan met het wijzen op de omstandigheid dat eiser zich in het verleden heeft weten te handhaven onder de regels van Al-Shabaab en dat in rechte vaststaat dat zijn asielrelaas ongeloofwaardig is. Verweerder is derhalve onvoldoende gemotiveerd ingegaan op de stelling van eiser dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM nu hij vanwege zijn terugkeer uit het westen vreest dat hij door Al-Shabaab als spion zal worden aangemerkt.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.