ECLI:NL:RBDHA:2015:2689
Rechtbank Den Haag · 10-03-2015 · zaaknummer AWB 14/17477
Inhoudsindicatie
Gestelde bekering tot christendom /Bahaddar / ABRS 30 juni 2014 (nr. 201301155/1)/ betrekken standpunt verweerder/marginale toets Samenvatting: De rechtbank volgt verweerder niet in zijn primaire standpunt dat geen sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten en omstandigheden, reeds omdat geen sprake is van prima facie vluchtelingschap van Iraanse bekeerlingen en daardoor niet is voldaan aan het criterium dat uitzetting van eiser onmiskenbaar tot schending van een refoulementverbod leidt. Ofschoon niet uitgesloten kan worden dat de Afdeling in het kader van de Bahaddar-toets een strenger criterium heeft willen aanleggen dan de toets of bij terugkeer naar Iran sprake is van een reëel risico van een behandeling of bestraffing die in strijd is met artikel 3 EVRM, omdat het niet de bedoeling kan en zal zijn dat in iedere herhaalde asielaanvraag bij het ontbreken aan nieuwe feiten en omstandigheden alsnog en opnieuw in het kader van Bahaddar een integrale 3 EVRM-beoordeling dient te worden verricht, is zonder duidelijke handvatten van de Afdeling niet helder hoe de rechter in eerste aanleg dit zwaardere toetsingscriterium in een concreet geval moet toepassen. Mocht daarmee bedoeld zijn dat zonder enige twijfel dient vast te staan dat terugkeer tot schending van artikel 3 van het EVRM leidt, dan zou dat de rechtbank voorkomen als een veel te zware eis. De rechtbank houdt het ervoor dat in het kader van Bahaddar enkel aan een inhoudelijke beoordeling van artikel 3 van het EVRM wordt toegekomen indien uitgaande van de verklaring van de vreemdeling, geplaatst tegen de achtergrond van de algemene situatie in diens land van herkomst, moet worden geoordeeld dat er zeer serieuze aanwijzingen zijn dat hij bij terugkeer naar zijn land het risico loopt van een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling of bestraffing. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij hem sprake is van is van een diepe innerlijke geloofsovertuiging en van bekering tot het christelijke geloof. Hoewel de Bahaddar-toets zich richt tot de rechter, ziet de rechtbank geen reden om dit standpunt van verweerder vol te toetsen. Nu het een geloofwaardigheidsbeoordeling door het bestuursorgaan betreft, zal de rechtbank dit standpunt, zoals tot op heden nog te doen gebruikelijk is, marginaal toetsen. Een volle toets zou bovendien een niet te rechtvaardigen verschil doen ontstaan met de rechterlijke beoordeling van asielaanvragen waarbij die terughoudendheid wel in acht dient te worden genomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een diepe innerlijke overtuiging van bekering tot het christelijke geloof.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
