ECLI:NL:RBDHA:2015:193
Rechtbank Den Haag · 08-01-2015 · zaaknummer AWB 14/17546
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 4:6 van de Awb. Volgens verweerder waren de door eiser aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde stukken niet aan te merken als nova, omdat deze niet nieuw waren of omdat op voorhand was uitgesloten dat deze konden afdoen aan het eerdere besluit. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de aanvraag niet is afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. Verweerder heeft dan ook ten onrechte onder verwijzing naar artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten. Op grond van artikel 62, eerste lid, van de Vw 2000 bepaalt de rechtbank dat eiser binnen vier weken na verzending van deze uitspraak Nederland moet verlaten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
