ECLI:NL:RBDHA:2015:1654
Rechtbank Den Haag · 22-01-2015 · zaaknummer AWB 14/22704
Inhoudsindicatie
Geen sprake van een besluit; bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard; beroep ongegrond. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de brieven van 21 juli 2014 en 11 augustus 2014 geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Awb. De inhoud van de brief van 21 juli 2014 waarin verweerder uitleg geeft over de te volgen procedure bij het indienen van een aanvraag om een verblijfsvergunning is informatief van aard en is niet aan te merken als een publiekrechtelijke rechtshandeling, nu daarmee geen verandering wordt gebracht in de rechtspositie van eiseres. Ook de brief van verweerder van 11 augustus 2014, waarin verweerder heeft meegedeeld geen bevoegdheid te hebben met betrekking tot het toekennen van toeslagen, is louter feitelijk van aard. De staatssecretaris van Financiën is het bevoegde orgaan om hierover te beslissen en niet verweerder. Verweerder kan evenmin de voornoemde staatssecretaris opdracht geven een toeslag, welke zijn grondslag vindt in wetgeving die niet door verweerder uitgevoerd moet worden, toe te kennen. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat het beroep van eisers op de uitspraken van de Afdeling niet kan slagen. De uitspraken zien uitsluitend op onrechtmatig verblijvende vreemdelingen die geen opvangvoorzieningen genieten. Eiseres valt hier niet onder, nu zij samenwoont met eiser en hun kinderen en geen sprake is van een situatie waarin iedere vorm van opvang ontbreekt. Op verweerder rust ingevolge bepalingen van verdragsrecht niet de verplichting om niet rechtmatig verblijvende vreemdelingen financiële hulp te bieden teneinde hen in staat te stellen een bepaalde levensstandaard te handhaven en, meer in het bijzonder eiseres, in staat te stellen dezelfde financiële voordelen te genieten als rechtmatig verblijvende vreemdelingen. Evenmin rust op verweerder de plicht om een vreemdeling met rechtmatig verblijf - zoals eiser - financieel te compenseren voor het feit dat hij samenwoont met een niet rechtmatig verblijvende vreemdeling en daardoor financiële voordelen misloopt. Gelet op het voorgaande is geen sprake van een publiekrechtelijke rechtshandeling en heeft verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
