ECLI:NL:RBDHA:2015:16430
Rechtbank Den Haag · 21-07-2015 · zaaknummer AWB 15/2290
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat verweerder voorafgaand aan het uitvaardigen van het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning eiser niet heeft geïnformeerd over dit besluit en dat eiser niet in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze over het uit te vaardigen besluit kenbaar te maken. De besluitvorming is hiermee in strijd met artikel 4:8 van de Awb. Dit gebrek kan in beginsel in de bezwaarfase worden hersteld door eiser in zijn bewaren te horen. De rechtbank volgt het betoog van verweerder dat van het horen in bezwaar kon worden afgezien, evenmin. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:2 van de Awb.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
