ECLI:NL:RBDHA:2015:16407
Rechtbank Den Haag · 21-09-2015 · zaaknummer C/09/494240/ KG RK 15-1609
Inhoudsindicatie
De motivering van een inhoudelijke beslissing kan niet door middel van een wrakingsverzoek aan de orde worden gesteld. Voorts is niet onbegrijpelijk dat de rechter-commissaris in zijn beschikking op het verzoek tot het verrichten van onderzoekshandelingen conform artikel 182 Sv, verzoeker heeft aangeduid als ‘verdachte’, nu een dergelijk verzoek slechts kan worden ingesteld door een persoon die als verdachte van een strafbaar feit is verhoord, of die reeds terzake van een strafbaar feit wordt vervolgd. Verzoeker is als verdachte gehoord en heeft als ‘verdachte’ verzocht om (onder meer) het horen van getuigen. Het aanduiden van verzoeker als ‘verdachte’ heeft geen andere lading en geeft dan ook geen grond te vrezen dat het de rechter-commissaris aan onpartijdigheid ontbreekt noch is ten aanzien van hem de schijn van partijdigheid gewekt.
Rechters
Advocaten
- R. Brand
- W.H. Jebbink
Officier van justitie
- G. Sannes
officier van justitie
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
