ECLI:NL:RBDHA:2015:16396
Rechtbank Den Haag · 30-11-2015 · zaaknummer C/09/499039/ KG RK 15-2121
Inhoudsindicatie
“Afwijzing wrakingsverzoek. Het op verzoek van partijen geven van een voorlopig oordeel, nadat de rechter zich ervan had vergewist dat partijen alles aan de orde hadden gesteld wat zij naar voren hadden willen brengen, hoe stellig en zonder voorbehoud ook, brengt niet de objectieve vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid mee. Dat het oordeel onwelgevallig is voor verzoekster, maakt dit niet anders. Ook uit de omstandigheid dat de rechter verzoekster de belevingswereld van belanghebbende heeft voorgehouden nadat zij haar voorlopig oordeel had gegeven, kan (een toename van) de objectieve vrees voor vooringenomenheid niet worden afgeleid. De omstandigheid dat de comparitie van partijen heeft plaatsgevonden buiten aanwezigheid van een griffier levert geen grond voor wraking op. Wrakingsverzoek voor zover dat is gegrond op de omstandigheid dat de rechter eveneens de echtscheidingsprocedure tussen verzoekster en belanghebbende heeft behandeld, niet ontvankelijk.”
Rechters
Advocaten
- A.M. Brakel
- D. Bertsch
- J.E. Jalandoni
- T.P. Sarneel
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
