ECLI:NL:RBDHA:2015:16279
Rechtbank Den Haag · 04-03-2015 · zaaknummer C/09/480532 / FA RK 15-40
Inhoudsindicatie
Partijen en de minderjarigen zijn geboren en getogen in Nederland. Vervolgens zijn zij in september 2014 geëmigreerd naar Portugal. De moeder is op 19 december 2014 met de minderjarigen naar Nederland teruggekeerd. De moeder betoogt dat er geen sprake is van een ongeoorloofde overbrenging, omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen ten tijde van hun vertrek uit Portugal nog in Nederland was (omdat zij niet stonden ingeschreven in de basisregistratie van personen in Portugal en de minderjarigen niet in Portugal zijn geworteld). Gelet op alle omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat partijen hun activiteiten in Nederland hebben beëindigd en dat zij stappen hebben gezet om het duurzame centrum van hun belangen in Portugal te vestigen. Hiermee is, ondanks de korte periode van het verblijf aldaar, de gewone verblijfplaats van de minderjarigen ten tijde van hun overbrenging naar Nederland in Portugal gelegen, zodat wel sprake is van ongeoorloofde achterhouding van de kinderen in Nederland. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van de door de moeder aangevoerde weigeringsgronden (ondragelijke toestand en strijd met 8 EVRM, artikel 3 IVRK). Er is in mediation een spiegelovereenkomst opgesteld. Deze overeenkomst is na de tussenbeschikking waarin de teruggeleiding is gelast, opgenomen in de eindbeschikking van 11 maart 2015.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- H.P. Scheer
- J. Visser
- J.G. Brands
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
