ECLI:NL:RBDHA:2015:16027
Rechtbank Den Haag · 18-11-2015 · zaaknummer C/09/14/421 R
Inhoudsindicatie
Appellant heeft een overeenkomst inzake lijfrentesparen als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 afgesloten. O.g.v. art. 295, vierde lid, onder c, Fw j° art. 21, aanhef en onder 7º, Fw valt de aanspraak op de spaarrekening in beginsel buiten de boedel. Rb komt niet toe aan beantwoording van de vraag of appellant onredelijk door afkoop wordt benadeeld als bedoeld in art. 22a Fw. Dat artikel heeft immers alleen betrekking op overeenkomsten van levensverzekering. Weliswaar vloeit uit de parlementaire geschiedenis voort dat de wetgever het verschil tussen pensioensparen en pensioenverzekering heeft willen opheffen, echter daarbij is artikel 22a Fw ongewijzigd gebleven.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E.A. de Snoo
- W.N. van der Voet
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
