Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:15992

Rechtbank Den Haag · 11-09-2015 · zaaknummer AWB 15/9063

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 09-03-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: intrekking verblijfsvergunning asiel voor (on)bepaalde tijd, inreisverbod, 8 EVRM, 3 EVRM, 4:84 Awb Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling heeft de vreemdeling geen belang bij de beoordeling van zijn beroep tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning zolang het aan hem opgelegde inreisverbod voortduurt. De rechtbank zal daarom de gronden die eiser tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd naar voren heeft gebracht, bespreken in het kader van het beroep tegen het inreisverbod. De beroepsgrond dat het inreisverbod in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat voor het onderliggende intrekkingsbesluit is getoetst aan het ‘nieuwe’ artikel 3.86 van het Vb 2000, terwijl onder de ‘oude’ regelgeving eisers verblijfsrecht niet had kunnen worden ingetrokken, faalt. Eiser heeft zich na de beleidswijziging van 1 juli 2012 opnieuw schuldig gemaakt aan het plegen van een misdrijf en is daarvoor onherroepelijk veroordeeld. De beroepsgrond dat verweerder ten onrechte uitgaat van een verblijfsduur van tenminste drie, maar minder dan vier jaar (tot aan de eerste inbreuk op de openbare orde in 1995/1996) in plaats van (meer dan) 20 jaar (sinds 1992), faalt. Uit de nadere toelichting ter zitting heeft de rechtbank begrepen dat deze beroepsgrond uitgaat van de stelling dat in eisers geval lid 11 van artikel 3.86 van het Vb 2000 (de twintigjaarstermijn) had moeten worden toegepast, zoals dat gold vóór 1 juli 2012. Hiervoor is al overwogen dat die veronderstelling niet juist is. Desgevraagd is namens eiser ter zitting ook aangegeven dat de beroepsgrond niet zover dient te worden uitgelegd, dat gelet op zijn verblijfsduur ook gemeten naar de tienjaarstermijn (het huidige lid 10 van artikel 3.86 van het Vb 2000) geen inreisverbod had mogen worden opgelegd.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.