ECLI:NL:RBDHA:2015:15951
Rechtbank Den Haag · 23-12-2015 · zaaknummer SGR 15/5778
Inhoudsindicatie
De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW9743, van oordeel dat verweerder op grond van de belastingaangiftes van eiser ervan heeft mogen uitgaan dat het onroerend goed een bestanddeel vormde van het vermogen waarover eisers in de periode in geding hebben beschikt of redelijkerwijs hebben kunnen beschikken. Doordat eisers ten onrechte niet hebben gemeld dat zij over vermogen in de vorm van onroerende zaken in Turkije beschikten, hebben eisers de op hun rustende inlichtingenverplichting geschonden. Verweerder was bevoegd om de bijstand over de periode in geding in te trekken en bevoegd de ten onrechte verstrekte bijstand terug te vorderen. Niet is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan verweerder van die bevoegdheden in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
