ECLI:NL:RBDHA:2015:1570
Rechtbank Den Haag · 19-01-2015 · zaaknummer AWB - 14 _ 7223
Inhoudsindicatie
X exploiteerde in firmaverband een Parfumerie. X is begin 2006 uitgetreden. De ex-vennoot van X heeft de parfumerie voortgezet als eenmanszaak. Het aandeel van X in de v.o.f. is omgezet in een geldlening van eiser aan de ex-vennoot. X wil de vordering afwaarderen naar nihil wegens oninbaarheid en op grond van artikel 3.3 Wet IB 2001. Rechtbank Den Haag oordeelt dat artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001 niet van toepassing. X was ook geen medegerechtigde tot de onderneming van de ex-vennootschap. Het beroep is ongegrond
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
