ECLI:NL:RBDHA:2015:15530
Rechtbank Den Haag · 22-12-2015 · zaaknummer 09/997350-14
Inhoudsindicatie
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank, anders dan de advocaat van klaagster, van oordeel dat de rechtmatigheid van het gelegde conservatoire beslag getoetst dient te worden aan de in artikel 94a, eerste en tweede lid, Sv geformuleerde voorwaarden. Nu de verdenkingen jegens [belanghebbende 2] misdrijven betreffen waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat de strafrechter in zijn strafzaak, later oordelend, een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen, waarvoor verhaal zal kunnen worden gezocht op de onroerende goederen, zal de rechtbank het beklag ten aanzien van het onroerend goed ongegrond verklaren.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- J.B.C. Develing
officier van justitie
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
