ECLI:NL:RBDHA:2015:14800
Rechtbank Den Haag · 14-12-2015 · zaaknummer AWB 15/18044, 15/18043, 15/18596 & 15/18597
Inhoudsindicatie
Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel (AWB 15/18043) Verweerder nagelaten voldoende kennis te vergaren ten aanzien van de af te wegen belangen in het kader van de vraag of met een lichter middel dan vrijheidsontneming kon worden volstaan. Beroep gegrond. Het beroep gericht tegen het besluit tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (AWB 15/18596) Verweerder erkent dat hij de aanvraag van eiser ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat hij het deel van het asielrelaas van eiser dat betrekking heeft op zijn gestelde vrees bij terugkeer vanwege zijn geloofsovertuiging, heeft beoordeeld op zwaarwegendheid, en met toepassing van artikel 31, eerste lid, Vw heeft geconcludeerd dat de geloofsovertuiging van eiser geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel vormt. Het beroep is daarom gegrond. Er is geen grond om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, Awb zelf in de zaak te voorzien door de aanvraag van eiser af te wijzen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, Vw, zoals verweerder heeft verzocht. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat het ongeloofwaardig is dat eiser lid is van de Beluchi National Movement (BNM) door doorslaggevende betekenis toe te kennen aan zijn volgens verweerder gebrek aan kennis over de structuur van de partij, zonder daarbij de overgelegde verklaringen van een vertegenwoordiger van de BNM, waarin het lidmaatschap van eiser wordt bevestigd, te betrekken. Voorts heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd dat eiser niet te vrezen heeft voor vervolging wegens de wijze waarop hij bij terugkeer in Pakistan uiting wil geven aan zijn zikri-geloofsovertuiging. Uit het ambtsbericht over de positie van Ahmadi’s en Christenen in Pakistan van november 2014 blijkt dat in beginsel iedere burger het recht heeft om zijn geloof te belijden, maar voorts dat alle religieuze minderheden te maken hebben met discriminatie, bedreigingen en geweld en dat sinds eind december 2012 tot november 2014 dat geweld is toegenomen. Uit het rapport van Writenet van mei 2009 en het Minority Rights Report van 2015 blijkt meer specifiek dat die discriminatie en het geweld zich ook richten tegen zikri’s, op vergelijkbare wijze als in de situatie van ahmadi’s. Anders dan in het geval van ahmadi’s, waarop het ambtsbericht van 2014 meer specifiek betrekking heeft, is weliswaar geen sprake van wetgeving die specifiek is gericht tegen zikri’s, maar uit het ambtsbericht en de overige informatie blijkt dat de blasfemiewetgeving de godsdienstvrijheid voor alle religieuze minderheden inperkt. Voorts blijkt uit de informatie dat de Pakistaanse autoriteiten niet in staat zijn om religieuze minderheden bescherming te bieden tegen het toenemende geweld. Dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij zijn geloof bij terugkeer kan belijden in huiskerken, en dat hij daarom bij terugkeer niet te vrezen heeft voor vervolging, volgt de rechtbank niet. Een dergelijke terughoudendheid, waarbij eiser zijn geloof niet in de openbaarheid kan uitoefenen, kan van hem immers niet worden verlangd, temeer nu uit de door eiser ingebrachte informatie blijkt dat voor zikri’s, als religieuze minderheid, gevaarlijk is zich in Pakistan publiekelijk als zodanig te manifesteren.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
