ECLI:NL:RBDHA:2015:14569
Rechtbank Den Haag · 11-12-2015 · zaaknummer AWB 15/10434
Inhoudsindicatie
Eiser was van eind 2008/begin 2009 tot eind juni/begin juli 2012 werkzaam bij de (gemeente)politie in Aleppo, in de functie van chauffeur. Niet is in geschil dat de gedragingen waarmee eiser in verband wordt gebracht kunnen worden beschouwd als misdrijven als bedoeld in artikel 1(F), en dat eiser wist dat het bestrijden van vreedzame demonstraties in Aleppo gepaard ging met voormelde misdrijven, zodat sprake is van ‘knowing participation’. Eiser betwist evenwel dat sprake is van ‘personal participation’, omdat hij als chauffeur slechts een marginale rol had bij het geweld en zich daaraan onmiddellijk heeft onttrokken. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van eiser tijdens het nader gehoor en het gehoor 1(F) onvoldoende aanwijzingen bevatten voor het oordeel dat eiser individueel verantwoordelijk kan worden gehouden voor de in het bestreden besluit genoemde misdrijven. Het bestreden besluit is in zoverre onvoldoende gemotiveerd en komt voor zover dit ziet op het inreisverbod voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank ziet echter aanleiding de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Daartoe wordt overwogen dat eiser aanvankelijk ter zitting wisselend heeft verklaard, daarbij deels afwijkend van zijn eerdere verklaringen en daarbij op belangrijke punten ook afwijkend van het standpunt dat zijn gemachtigde innam namens hem. Na schorsing van het onderzoek ter zitting is eiser teruggekomen van de eerdere verklaringen die door of namens hem ter zitting zijn afgelegd en heeft hij bevestigd dat al vóór het geweldsincident bij de universiteit eind mei of eind juni, begin juli 2012, in Aleppo demonstraties op gewelddadige wijze de kop in werden gedrukt, dat de politie daarbij samenwerkte met de veiligheidsdiensten, dat de veiligheidsdiensten het vuile werk opknapten en dat de politie ook wel wat vuil werk heeft opgeknapt. Gelet op deze verklaring, gelezen in samenhang met de verklaring van eiser tijdens het nader gehoor, dat hij werd ingezet om mensen van de politie naar de universiteiten te brengen die daar de demonstranten moesten neerslaan en doden, dat hij zelf de politiemensen moest brengen om tegen de demonstranten te vechten, bijvoorbeeld naar de universiteit, heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de politie van Aleppo misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag heeft begaan, dat de bijdrage van eiser feitelijk effect heeft gehad op het begaan van die misdrijven en dat die misdrijven hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze hadden plaatsgevonden indien niemand de rol van eiser had vervuld, of indien hij gebruik had gemaakt van mogelijkheden om die misdrijven tegen te houden. Verweerder heeft zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en dat dus sprake is van ‘personal participation’. Eiser wordt niet gevolgd in de stelling dat hij zich, zodra het geweld escaleerde, onmiddellijk daaraan heeft onttrokken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
