ECLI:NL:RBDHA:2015:14190
Rechtbank Den Haag · 10-12-2015 · zaaknummer AWB-15_1731
Inhoudsindicatie
De vreemdeling betwist niet dat hij in het algemeen geen principiële bezwaren tegen de dienstplicht heeft, getuige ook het feit dat hij zijn dienstplicht van 1990 tot 1992 heeft vervuld. De vraag is echter of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zulks in dit geval anders ligt omdat hij, zoals hij stelt, ernstige gewetensbezwaren heeft om deel te nemen aan een gewapend conflict tegen zijn eigen volk. Uit het bestreden besluit blijkt niet, althans onvoldoende, dat de staatssecretaris de weigering van de vreemdeling om deel te nemen in het conflict tegen zijn eigen volk heeft beoordeeld in samenhang met de beoordeling of er in dat verband aan de kant van de vreemdeling ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren bestaan. Zo geeft het besluit er geen blijk van dat is onderzocht of de banden van de vreemdeling met het eigen volk sterk genoeg zijn om zijn (gestelde) gewetensbezwaren aan te merken als grond voor vluchtelingschap, laat staan dat inzichtelijk is gemaakt hoe die afweging is gemaakt dan wel is beargumenteerd waarom die afweging in het geval van de vreemdeling of met betrekking tot de situatie in Oekraïne niet hoeft te worden gemaakt. Desgevraagd heeft de staatssecretaris ter zitting ook erkend dat op dit punt uit het besluit geen vaste gedragslijn spreekt, zo die gedragslijn er al zou zijn. De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen en daarbij inzichtelijk te maken wanneer en op basis van welke gedragslijn hij beoordeelt hoe een vreemdeling aannemelijk dient te maken dat hij ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren heeft deel te nemen in een conflict tegen het eigen volk. Wanneer een beleidsregel of een vaste gedragslijn ter zake ontbreekt, ligt het op de weg van de staatssecretaris om hieraan in de vormgeving en uitvoering van het vreemdelingenbeleid nader invulling te geven. Ter vergelijking zij gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2170). De staatssecretaris dient eveneens nader te motiveren waarom de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij het vervullen van zijn militaire verplichtingen bij het plegen van oorlogsmisdrijven betrokken zal worden of betrokken zou zijn geraakt. De vreemdeling heeft immers verklaard dat hij heeft gezien dat vier personen werden geëxecuteerd en dat iemand van de nationale garde – een van zijn superieuren – op een auto heeft geschoten waarvan de inzittenden vervolgens bleken te zijn overleden. De vreemdeling meent om die reden dat hij getuige is geweest van oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid. Uit de voorgestelde beleidswijziging blijkt niet dat daarbij de aanvullende voorwaarde wordt gesteld dat deze gebeurtenissen zich moeten hebben voorgedaan onder gezag van de autoriteiten, zoals ter zitting door de staatssecretaris is betoogd. Voor zover de staatssecretaris van mening blijft dat sprake dient te zijn van oorlogsmisdrijven op gezag van de Oekraïense autoriteiten en daarover in het relaas van de vreemdeling nog onduidelijkheden bestaan, zal hij de vreemdeling daaromtrent nader dienen te horen, mede ook omdat de staatssecretaris ter zitting heeft toegegeven dat hierop tijdens de gehoren niet is doorgevraagd.
Advocaten
- M.E.M. Jacquemard
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
