ECLI:NL:RBDHA:2015:13969
Rechtbank Den Haag · 27-11-2015 · zaaknummer AWB - 15 _ 10627 en 15 _ 10631
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000, omdat de Bulgaarse autoriteiten eiser een verblijfsvergunning hebben verleend, die een sterke band met Bulgarije oplevert. Bij brief van 7 april 2015 hebben de Bulgaarse autoriteiten meegedeeld dat eiser op 5 februari 2009 subsidiaire bescherming was verleend. De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3127), dat verweerder in beginsel mag afgaan op informatie van een andere lidstaat. Onder omstandigheden heeft verweerder echter een vergewisplicht en dient hij nader onderzoek te doen naar de vraag of een vreemdeling nog steeds over een door de desbetreffende lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning beschikt. In (…) de brief van de Bulgaarse autoriteiten van 7 april 2015 is, voor zover van belang, het volgende vermeld: “The person was granted subsidiary protection in Republic of Bulgaria with decision dated on 05.02.2009” (…) Concerning the above mentioned person a separate request should be sent according to Readmission agreements”. Uit die bewoordingen leidt de rechtbank af dat aan eiser in Bulgarije op 5 februari 2009 subsidiaire bescherming is verleend, maar daaruit blijkt niet dat eiser die bescherming thans nog steeds geniet. De rechtbank acht hierbij van belang dat de Bulgaarse verblijfsvergunning meer dan vijf jaar geleden is verleend, dat eiser al in 2009 naar Syrië is teruggekeerd en dat hij nadien niet meer in Bulgarije heeft verbleven. Deze omstandigheden vormen in Nederland een grond voor intrekking van een verblijfsvergunning asiel, zodat er aanleiding is om te betwijfelen of de verleende Bulgaarse verblijfsvergunning nog geldig is. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of en zich daarom onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser in Bulgarije thans nog steeds bescherming geniet. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en verweerder dient een nieuw besluit op de aanvraag te nemen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
