ECLI:NL:RBDHA:2015:13842
Rechtbank Den Haag · 20-11-2015 · zaaknummer AWB 14/18237
Inhoudsindicatie
Aanvraag van eiser als frituurkok tot verlenging van de geldigheidsduur van de verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid in loondienst’. Aanscherping van artikel 4, tweede lid, Wet arbeid vreemdelingen (Wav) met ingang van 1 januari 2014, zonder overgangsrecht. De beroepsgronden van eiser, dat de Wav (oud) van toepassing is, dat het onverkort toepassen van de Wav (nieuw) onredelijk en onrechtmatig is jegens eiser, dat het strijd oplevert met rechtszekerheids-, gelijkheids-, en vertrouwensbeginsel, met het in de artikelen 14 EVRM en artikel 26 IVBPR neergelegde discriminatieverbod, een inbreuk oplevert op artikel 17 van het Handvest en dat verweerder ten onrechte geen individuele belangenafweging heeft verricht, zijn al in de eerdere uitspraken, waaronder de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 december 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:16504) en van 7 augustus 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:9481), verworpen. Ook het beroep van eiser op het eigendomsrecht, zoals dat voortvloeit uit artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM, kan niet slagen. Uit de jurisprudentie van het EHRM, waaronder het arrest van 11 januari 2007 in de zaak Anheuser-Busch Inc. tegen Portugal (nr. 73049/01, hudoc.echr.coe.int) blijkt dat als ‘eigendom’ in artikel 1 EP wordt aangemerkt alles wat op geld waardeerbaar is, waaronder vermogensrechten. Indien de rechtbank ervan uitgaat dat in het geval van eiser sprake is van een gewettigde verwachting op vrijstelling van het twv-vereiste, is naar haar oordeel niettemin geen sprake van een eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het EP. Vrijstelling van het twv-vereiste geeft, anders dan gesteld, op zichzelf geen recht op inkomsten, maar biedt slechts een onbelemmerde toegang tot de arbeidsmarkt, hetgeen niet op geld waardeerbaar is. Het is immers niet de vrijstelling van het twv-vereiste die inkomsten geeft, maar een eventuele met die vrijstelling verkregen arbeidsovereenkomst. De vrijstelling zelf kan de vreemdeling niet te gelde maken. Daarin verschilt onderhavige situatie van de situatie zoals die aan de orde was in het door eiser genoemde arrest van het EHRM van 7 juli 1989 (Tre Traktorer Aktiebolag tegen Zweden), waarin een alcoholvergunning gevolgen had voor de goodwill en de waarde van het restaurant. De waarde van de alcoholvergunning, tot uitdrukking komend in de goodwill en bedrijfswaarde, is op zichzelf, anders dan vrijstelling van het twv-vereiste, wel te gelde te maken.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
