ECLI:NL:RBDHA:2015:13729
Rechtbank Den Haag · 01-12-2015 · zaaknummer C-09-496709 FA RK 15-7386
Inhoudsindicatie
Internationale kinderontvoering Verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar Turkije toegewezen. Minderjarige verbleef volgens afspraken die zijn neergelegd in een ouderschapsplan gedurende 2,5 jaar met moeder in Turkije. Vader heeft de minderjarige na de zomervakantie in Nederland gehouden. Vader is in de gelegenheid gesteld aan te tonen dat de moeder en hij de afspraak hadden dat de minderjarige op zijn 5e jaar naar Nederland zou terugkeren. Vader is daarin niet geslaagd. Vader heeft zich vervolgens beroepen op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub 1 HKOV. Hij twijfelt aan de opvoedingscapaciteit van de moeder en hij acht de politieke situatie in Turkije onveilig. Deze beroepen hebben, mede gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de moeder, gefaald. Vader heeft zich voorts beroepen op verzet van de minderjarige. De rechtbank heeft hierop de minderjarige (5 jaar en 4 maanden oud) voor een kindgesprek opgeroepen en het kind, met behulp van een tolk, en in aanwezigheid van een tante en opa, gehoord. Ter zitting heeft de Raad voor de Kinderbescherming hierover het volgende opgemerkt: “Op grond van de bestaande theorieën in de ontwikkelingspsychologie ten aanzien van een vijfjarig kind zou de Raad nooit een onderzoek verrichten naar diens rijpheid. Een vijfjarige kan niet meer dan zijn blik richten op het nu zodat een gesprek met een vijfjarige over de toekomst geen zinvolle informatie kan opleveren. Verder zal een kind van deze leeftijd zijn veiligheid ontlenen aan de ouder bij wie het op dat moment verblijft. Vanuit die veiligheid zal een kind dat bij zijn vader woont op de vraag bij wie het wil wonen, antwoorden dat het bij zijn vader wil wonen. Omgekeerd geldt hetzelfde en zal een kind dat bij zijn moeder woont, antwoorden dat het daar wil blijven. De Raad wijst er voorts op dat het betrekken van een kind van deze leeftijd in een dergelijke procedure zowel nu als later een te zware belasting voor het kan vormen. Door het uiten van zijn mening en het gewicht dat daaraan kan worden gegeven, kan het later voor het geluk van de ouders verantwoordelijk worden gehouden of zichzelf verantwoordelijk gaan voelen, wat schadelijk is voor zijn ontwikkeling.” De rechtbank overweegt vervolgens: Het gehoor van de minderjarige in raadkamer komt overeen de Raad in haar algemene advies naar voren heeft gebracht. De minderjarige is zowel in woord als gedrag zeer jong. Van een werkelijk begrip van de situatie waarin hij verzeild is geraakt, is niet gebleken noch dat hij die situatie kan overzien. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, zo hetgeen de minderjarige heeft gezegd al als werkelijk verzet kan worden opgevat, hij niet die leeftijd en mate van rijpheid heeft, die rechtvaardigt dat met zijn mening rekening moet worden gehouden. Voor een nader onderzoek door de Raad, als door de vader verzocht, acht de rechtbank mede gelet op de visie van de Raad, onvoldoende grond aanwezig.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M.M. van Maanen
- M.T. Wernsen
- N.B. Verkleij
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
