ECLI:NL:RBDHA:2015:13585
Rechtbank Den Haag · 25-09-2015 · zaaknummer AWB 15/16375
Inhoudsindicatie
weigering toegang en oplegging vrijheidsontnemende maatregel artikel 6, eerste en tweede lid, Vw. De vreemdeling heeft aangevoerd dat hij onredelijk lang (namelijk meer dan 5 uren) heeft moeten wachten totdat hij aankwam op de plaats waar hij zich moest ophouden. De rechtbank stelt op grond van de door verweerder verstrekte informatie vast dat tussen het moment waarop eiser de vrijheidsontnemende maatregel met plaatsaanduiding JCS is uitgereikt en zijn aankomst op JCS ruim acht uren hebben gelegen, bestaande uit wachttijd en de tijd die het vervoer in beslag heeft genomen. De rechtbank is van oordeel dat een totale tijdsduur van maximaal tien uren als redelijk kan worden aangemerkt. In dit verband wordt gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 31 december 2004 (kenmerk: 200408762/1, JV 2005/96), die analoog wordt toegepast. Aangezien de maximale tijdsduur in dit geval niet is overschreden, faalt deze grond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
