ECLI:NL:RBDHA:2015:13486
Rechtbank Den Haag · 19-10-2015 · zaaknummer 15/7217
Inhoudsindicatie
Griffierecht, verzoek om nihilstelling, vrijstelling. Namens eiseres is, onder verwijzing naar onder meer de uitspraak van de CRvB van 13 februari 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:282), verzocht om nihilstelling van het griffierecht. Hiertoe is aangevoerd dat referente asielzoeker is, dat zij niet in het bezit van inkomen of vermogen is en dat zij enkel een klein bedrag aan zakgeld van het COA ontvangt. Daarbij is een door referente ondertekende “Eigen verklaring asielzoeker” van de Raad voor Rechtsbijstand overgelegd. In artikel 8:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat van de indiener van een beroepschrift griffierecht wordt geheven. In de hiervoor genoemde uitspraak heeft de CRvB overwogen dat zich gevallen kunnen voordoen waarin de heffing van het griffierecht het voor een rechtzoekende onmogelijk, althans uiterst moeilijk maakt om gebruik te maken van een door de wet opengestelde rechtsgang. Mede gelet op het belang dat in een rechtsstaat toekomt aan de toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie kan in een dergelijk geval niet worden aanvaard dat een (hoger) beroep wegens het niet betalen van griffierecht niet-ontvankelijk wordt verklaard. In dat geval wordt aangenomen dat de betrokkene met het achterwege laten van een betaling van griffierecht niet in verzuim is als bedoeld in artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Van zo’n situatie zal sprake zijn bij een rechtzoekende die aannemelijk maakt dat het netto-inkomen waarover hij maandelijks kan beschikken minder bedraagt dan 90% van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm, en dat hij niet beschikt over vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald. Indien een rechtszoekende aannemelijk maakt dat hij uitsluitend is aangewezen op verstrekkingen als bedoeld in de Regeling opvang asielzoekers of de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 dan wel dat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen en hij geen inkomsten meer heeft uit dienstbetrekking, kan met het oog op de uitvoerbaarheid worden volstaan met een eigen verklaring omtrent de afwezigheid van vermogen van de rechtzoekende en zijn eventuele fiscale partner. De rechtbank overweegt dat gelet op de overgelegde eigen verklaring aannemelijk is gemaakt dat referente niet over voldoende inkomsten beschikt en niet in staat is het verschuldigde bedrag van € 167,00 te betalen. Daarom bestaan aanknopingspunten voor het oordeel dat betrokkene door het niet betalen van griffierecht redelijkerwijs niet in verzuim is geweest.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
