Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:1337

Rechtbank Den Haag · 06-02-2015 · zaaknummer AWB 15/1014

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 11-02-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: Mensenhandel, Sociale groep, Geloofwaardig relaas, Geen schending artikel 3 EVRM of Vluchtelingenverdrag bij terugkeer, Traumatabeleid, Geen verblijfsvergunning regulier ‘overige klemmende redenen van humanitaire aard’, B8/3 bedenktijd, Parallelle toets artikel 64 Vw 2000, Medische klachten, Traumatisering, Suïciderisico, ten onrechte geen medisch advies gevraagd. Samenvatting: “Vrouwen in Albanië die het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel” vallen aan te merken als een sociale groep in de zin van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3.37, eerste lid, onder d, onder 2°, van het VV 2000. Verweerder heeft verzoekster echter terecht niet op basis van haar vrees bij terugkeer of het traumatabeleid in aanmerking gebracht voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw 2000. Daarnaast heeft verweerder geen reden hoeven zien verzoekster in aanmerking te brengen voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘overige klemmende redenen van humanitaire aard’. Mede bezien in het licht van het geloofwaardig geachte asielrelaas van verzoekster ziet de voorzieningenrechter echter in haar patiëntdossier en haar eigen verklaringen enige aanknopingspunten dat zij getraumatiseerd is of anderszins lijdt aan (ernstige) psychische klachten. Bij gebrek aan medische expertise is de voorzieningenrechter niet in staat de zwaarte en strekking van deze klachten op waarde te schatten. Dit geldt evenzeer voor verweerder. Door in dit geval zonder enig medisch advies te concluderen dat voor toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 geen grond is, heeft verweerder het bestreden besluit voorbereid en genomen zonder de vereiste zorgvuldigheid. Reden om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Ten slotte heeft verweerder onvoldoende duidelijk gemotiveerd dat onderdeel B8/3 van de Vc 2000 niet op verzoekster van toepassing is.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.