ECLI:NL:RBDHA:2015:13342
Rechtbank Den Haag · 19-11-2015 · zaaknummer AWB 15/3310
Inhoudsindicatie
Aanvraag visum kort verblijf. De Visumcode biedt de mogelijkheid om de afgifte van visa onder volledige vertegenwoordigingsbevoegdheid over te dragen aan een vertegenwoordiging van een andere lidstaat, welke bevoegdheid tevens omvat de bevoegdheid om te beslissen in procedures waarin de besluitvorming wordt aangevochten. Uit bilaterale overeenkomst blijkt dat de Nederlandse autoriteiten de Zwitserse autoriteiten per 1 oktober 2014 hebben gemachtigd om beslissingen te nemen op visumaanvragen in Colombo, Sri Lanka, met inbegrip van weigering van het visum. Dit is neergelegd in de door verweerder overgelegde “Note Verbale”. Voor zover deze vertegenwoordigingsovereenkomst niet bij de Europese Commissie zou zijn gemeld, overweegt de rechtbank dat uit de Visumcode, met name uit – in Titel VI “Slotbepalingen” opgenomen – artikel 53 ervan, niet blijkt dat het niet melden van de vertegenwoordigingsregeling bij de Europese Commissie gevolgen heeft voor de geldigheid ervan. Dit blijkt ook overigens niet uit de Visumcode. Op grond van artikel 32, derde lid, van de Visumcode brengt dit met zich dat de Zwitserse autoriteiten bevoegd zijn om te beslissen op het bezwaar van eiseres. De Awb verplicht slechts tot doorzending van bewaarschriften aan Nederlandse bestuursorganen. Voorts was blijkens het verhandelde ter zitting de gemachtigde van eiseres op de hoogte van het feit dat tegen de afwijzende beschikking bezwaar diende te worden ingesteld bij de autoriteiten van Zwitserland. Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande terecht onbevoegd verklaard om op het bezwaar van eiseres te beslissen. Eiseres kan derhalve alleen rechtsmiddelen aanwenden bij de Zwitserse autoriteiten, die ook partij zijn bij het EVRM en daarmee gehouden zijn dezelfde processuele en materiële rechten en plichten te waarborgen als in Nederland. Dat eiseres in een voor haar vreemde taal, in een vreemd land en met behulp van een rechtshulpverlener uit Zwitserland de procedure zou moeten voeren, leidt niet tot het oordeel dat in Zwitserland geen effectief rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 van het EVRM mogelijk is. Er is geen sprake van tot prejudiciële vragen nopende twijfel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
