ECLI:NL:RBDHA:2015:12884
Rechtbank Den Haag · 11-11-2015 · zaaknummer AWB 15/18506
Inhoudsindicatie
Gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig. Onvoldoende motivering kennelijke ongegrondheid. Gedeeltelijke instandlating rechtsgevolgen. De beroepsgrond dat verweerder eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht, faalt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder het onderzoek naar eisers nationaliteit onvoldoende zorgvuldig heeft uitgevoerd of dat verweerder zijn standpunt daarover onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd of heeft gerelateerd aan onjuist gebleken feiten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser als kennelijk vals moeten worden aangemerkt. Uit artikel 32, tweede lid, van de Procedurerichtlijn alsmede uit de memorie van toelichting blijkt dat verweerder eerst een volledig onderzoek naar de asielaanvraag moet verrichten. De gronden voor afwijzing wegens kennelijke ongegrondheid kunnen naar hun aard immers pas worden aangenomen wanneer hier onderzoek naar is gedaan. Het is dan ook niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever om dezelfde argumenten, op grond waarvan verweerder de aanvraag op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 afwijst als ongegrond in de zin van artikel 32, eerste lid, van de Procedurerichtlijn, zonder nadere motivering aan te merken als argumenten voor de kennelijk ongegrondverklaring als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000. Op grond van de tekst van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 en volgens de memorie van antwoord moet in geval van de tegenwerping van kennelijk valse verklaringen sprake zijn van verklaringen die aantoonbaar onjuist zijn. Nu verweerder de gestelde valsheid van eisers verklaringen onvoldoende heeft gerelateerd aan geverifieerde informatie over het land van herkomst of andere informatie uit objectieve bron, heeft verweerder ten onrechte artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 aan de afwijzing van eisers asielaanvraag ten grondslag gelegd. Strijd met artikel 3:46 van de Awb.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
