ECLI:NL:RBDHA:2015:12841
Rechtbank Den Haag · 03-11-2015 · zaaknummer 15_1342 IBPVV
Inhoudsindicatie
Erflater heeft als onderzoeker gewerkt voor het X-concern en heeft in die hoedanigheid tezamen met anderen intellectual property (IP) ontwikkeld. Een deel van het ontwikkelde IP miste echter toepassing voor X. Erflater heeft buiten zijn dienstverband met X om gewerkt aan een businessplan om dit “restant” IP te commercialiseren. Met dit doel heeft X Y Ltd. opgericht. Bij de oprichting is erflater in staat gesteld 100 aandelen Y te kopen voor £ 0,01 per aandeel. In 2011 zijn de aandelen door X verkocht voor € 109.245. Het verkoopresultaat vormt inkomen uit een met een werkzaamheid verband houdend lucratief belang als bedoeld in artikel 3.92b Wet IB 2001 nu er een verband bestaat tussen de bijdrage die erflater heeft geleverd aan het businessplan en zijn aandeelhouderschap. X heeft namelijk alleen erflater en met hem vergelijkbare personen in staat gesteld aandelen Y te kopen. Anders dan de erven van de erflater menen, is wel sprake van een bron van inkomen. Gelet op de zeer geringe prijs waarvoor erflater de aandelen kon verwerven en het feit dat X bereid was circa £ 2 miljoen in Y te investeren, kon erflater redelijkerwijs voordeel verwachten. Nu erflater niet bij Y in dienstbetrekking is geweest, faalt de stelling dat sprake is van strijd met de rangorderegeling. Ten slotte faalt ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
