ECLI:NL:RBDHA:2015:12820
Rechtbank Den Haag · 19-10-2015 · zaaknummer AWB 15/9612
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen omdat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende zijn aangetoond en het voornemen van eiser om het grondgebied van de lidstaat te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum kon niet worden vastgesteld. De rechtbank stelt vast dat in het primaire besluit per afwijzingsgrond een (summiere) motivering is opgenomen. Niet aannemelijk is gemaakt dat eiser met de in het primaire besluit gegeven motivering onvoldoende inzicht heeft gehad in de afwijzingsgronden die verweerder gehanteerd heeft. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat, zoals uit het dossier blijkt, eiser desgevraagd (afschriften van) stukken uit het Nieuw Visum Informatie Systeem (NVIS) heeft ontvangen, waaruit blijkt waarop verweerder de afwijzing gebaseerd heeft. Gelet daarop, alsmede gelet op het feit dat eiseres in de bezwaarfase geen nadere stukken heeft overgelegd ter betwisting van de afwijzingsgronden en het bezwaarschrift voorts geen inhoudelijke argumenten bevat gericht tegen die afwijzingsgronden, is sprake van een kennelijk ongegrond bezwaar als bedoeld in artikel 7:3, aanhef en onder b, Awb. Dat verweerder eiser een vragenformulier heeft toegezonden, doet daaraan niet af. Verweerder heeft dan ook op goede gronden afgezien van het horen van eiser. De rechtbank stelt voorts vast dat eiser het standpunt van verweerder, dat er onvoldoende sociale en economische binding is met Ghana, niet inhoudelijk heeft betwist. Eiser heeft enkel waarborgen aangeboden. Verweerder kan gevolgd worden in zijn ter zitting toegelichte standpunt dat de door eiser in het bezwaarschrift aangeboden waarborgen niet opwegen tegen de in het besluit gemotiveerde bezwaren tegen afgifte van het visum voor kort verblijf en dat deze niet kunnen afdoen aan het standpunt dat er sprake is van onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
