Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2015:12753

Rechtbank Den Haag · 04-11-2015 · zaaknummer AWB 15/18414

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 09-11-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Besluit tot uitstel van de toegangsweigering, vreemdelingenbewaring, schending zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel Betreft beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw 2000 en uitgestelde toegangsweigering op grond van artikel 3, vierde lid, Vw 2000. Grensprocedure: de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement (COM/2013/0411 final - 2009/0165 (COD)) over de toepasselijkheid van de grensprocedure geeft geen aanleiding om te concluderen dat een “pré-toets” is vereist. Geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen omdat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de wijze waarop de vragen over de uitleg van artikel 31, achtste lid, van de Procedurerichtlijn moeten worden opgelost, nu die vragen zijn beantwoord in de uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank van 28 september 2015,ECLI:NL:RBDHA:2015:11458. Vrijheidsontnemende maatregel: onderzoek verweerder naar bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 5.1a, derde lid, Vb 2000. Uit het aanvullend proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee van 23 oktober 2015 blijkt niet dat de daarin vermelde vragen, die volgens de verbalisant “standaard” worden gesteld, in het onderhavige geval voorafgaand aan het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel ook aan eiser zijn gesteld. De rechtbank is inmiddels ambtshalve bekend dat de in het besluit aan eiser toegeschreven verklaring in zeer veel besluiten tot het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw op exact dezelfde wijze wordt vermeld. Op grond van louter die vermelding in het besluit kan echter niet worden vastgesteld of eiser daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld individuele omstandigheden naar voren te brengen die tot het oordeel konden leiden dat in zijn geval vrijheidsontneming onevenredig bezwarend was. Niet genoegzaam is gebleken dat verweerder eiser duidelijk heeft gemaakt dat hij bijzondere individuele omstandigheden kon aanvoeren die verweerder tot het oordeel zouden kunnen brengen dat in zijn geval van het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel moest worden afgezien en evenmin genoegzaam is gebleken dat verweerder aan eiser concrete vragen over mogelijke bijzondere feiten of omstandigheden heeft gesteld en welke concrete antwoorden eiser daarop heeft gegeven, heeft verweerder nagelaten voldoende kennis te vergaren ten aanzien van de af te wegen belangen (uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3083). Maatregel van aanvang af onrechtmatig.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.